Zoeken in deze blog

maandag 26 januari 2015

Mr. Televox slachtoffer van te lage W.A.F.

Ik kan me goed herinneren dat een van onze kennissen, waar ik als jochie vaak over de vloer kwam, het boek "Knotsgekke Uitvindingen van de 19e Eeuw" op de boekenplank had staan.

Een boek vol met plaatjes, met steeds een korte uitleg er bij. Van merkwaardige, soms ronduit bizarre 'uitvindingen', die maar zelden verder zijn gekomen dan de tekentafels waar zij voor het eerst het daglicht of kaarslicht zagen en waarvan het overgrote deel nooit zou kunnen werken.

Ik smulde er van, was er uren zoet mee.

Bij het zien van het volgende artikel in een Radio-Expres uit 1928 dacht ik meteen aan dat boek. Ik controleerde maar even of de betreffende Radio-Expres niet ergens rond 1 april was verschenen, maar dat bleek niet zo te zijn.

Toen kwamen er herinneringen over het "Huis van de Toekomst" van Chriet Titulaer naar boven. En gedachten over wat "domotica" of "huisautomatisering" wordt genoemd.

Uiteindelijk werden de aan mijn geestesoog voorbij getrokken beelden, en de daarbij ervaren sensaties, nog het best samengevat door het spreekwoord: Oude wijn in nieuwe zakken.

Mr. Televox heeft blijkbaar echt bestaan, maar is geen succes geworden. In het artikel is te lezen wat daar waarschijnlijk de reden voor was: Mr. Televox had een veel te lage "Wife Acceptance Factor".







En ook nu is de bron de bibliotheek van het Rotterdams Radio Museum. Bezoekers van het museum kunnen de boeken in die bibliotheek desgewenst inzien.

zondag 25 januari 2015

OTL Versterkers met zeer veel tegenkoppeling

Ik heb enige jaren geleden twee (vrijwel) identieke stereo OTL versterkers gemaakt naar het ontwerp uit het boek "Hi-Fi Versterker Schakelingen", geschreven door E. Rodenhuis (Philips, 1965). Daarmee kan ik "bi-ampen", hetgeen betekent dat de lage en de hoge tonen ieder hun eigen versterker en luidsprekers hebben.

Update 26 october 2018: The English version of the above mentioned book can be found here: Hi-Fi Amplifier Circuits 

In de versterkers wordt zowel positieve als negatieve terugkoppeling toegepast. De negatieve terugkoppeling, ook wel tegenkoppeling genoemd, overheerst per saldo echter aanzienlijk. Bij gewone versterkers wordt de maximale mate van tegenkoppeling beperkt door vooral de (kwaliteit van de) uitgangstransformator, en dat weer door de frequentieafhankelijke faseverschuiving die transformatoren nu eenmaal veroorzaken. Omdat in OTL versterkers geen uitgangstransformatoren zitten, speelt het probleem van frequentieafhankelijke faseverschuiving in veel mindere mate en kan dus flink wat meer worden tegengekoppeld.

In de schema's van de versterkers hieronder zie je wel iets dat op een uitgangstransformator lijkt, maar dat is in werkelijkheid een dubbele smoorspoel voor de voeding van de schermroosters van de eindpentoden, die speciaal door Philips voor dit doel is ontwikkeld.

Maar probeer vooral aan het boek te komen. Rodenhuis legt dit alles natuurlijk veel beter uit dan ik dat kan. Het boek is na wat googelen op internet als pdf-bestand wel te vinden en is ook regelmatig op verkoopsites en ruilmarkten te koop. Het kan overigens ook worden geraadpleegd in de bibliotheek van het Rotterdams Radio Museum waar ik een van de vrijwilligers ben. Voor meer informatie: www.rotterdamsradiomuseum.nl

In het boek wordt ook een speciaal voor deze versterker ontworpen voorversterker met verschillende ingangen voor diverse bronnen en compleet met toonregeling en loudness beschreven. Maar de versterkers (of dus beter: de eindversterkers) zijn prima uit te sturen met het signaalniveau dat een CD-speler afgeeft dus de voorversterkers heb ik niet gebouwd.

Voornoemde ontwerpen zijn overigens ook toegepast in een vanaf 1958 door Philips op de markt gebrachte serie OTL-versterkers.










Voor het scheiden van het laag en hoog heb ik twee actieve stereo crossovers gemaakt, een met 400 Hz en een met 800 Hz als wisselfrequentie, zodat ik wat kon experimenteren met wat het best zou klinken. De afval per octaaf is 18 dB.

De crossover zit natuurlijk tussen de CD-speler en de beide versterkers en verzwakt het signaal uit de CD-speler nauwelijks. Of wat anders gezegd: De 'versterking' is een fractie minder dan 1.

Het ontwerp van de crossover zelf is van Steve Bench. Het ontwerp van het gestabiliseerde voedingsgedeelte is grotendeels elders van het internet gehaald en is overigens tamelijk standaard voor een dergelijke voeding.

De in de crossover toegepaste buizen ECC88 zijn wel 'lastige' buizen omdat ze als het even tegenzit willen oscilleren op onhoorbaar hoge frequentie. De eerste, voor 800 Hz, heeft nooit problemen gegeven. Maar bij de tweede, die voor 400 Hz, die met de buizen PCC88 is gemaakt, heeft het me de nodige moeite gekost om dat te verhelpen. Ik begreep er aanvankelijk, toen ik bij een van de buizen merkwaardige meetresultaten zag, maar weinig van. Maar ook die werkt inmiddels zonder problemen.

Internet is wat dat betreft een prachtig instrument voor probleemoplossing. Je klopt wat rake zoektermen in en het leren is al snel begonnen. De oplossingen, al dan niet in stukjes en beetjes verspreid, moeten echter wel eerst op het internet zijn gezet.

Dat is dan ook een van de redenen dat ik vorig jaar zelf ben begonnen met het op deze internetsite delen van mijn ervaringen, en plaatsen van artikelen uit oude boeken en tijdschriften die voor zover ik kan zien nog niet eerder op internet zijn geplaatst. Alleen maar 'nemen' (ik heb inmiddels ruim 220 gigabyte aan literatuur en schema's, hoofdzakelijk over/met buizen, van het internet geplukt, een soort uit de hand gelopen spin-off van de eigenlijke hobby, het zelf maken van audioapparatuur met buizen...) maar niets 'geven' is immers niet erg sociaal.

De foto en het schema hieronder zijn van de crossover met 800 Hz als wisselfrequentie.



Als luidsprekers 'hangen' nu voor het laag 2 x  Philips AD5201A "Bombardon" in gesloten kasten (inhoud circa 50 liter) en voor het hoog 2 x  Philips 9710AM-01 in zogenaamde Open Baflles, met een kussen rond de achterzijde van de luidsprekers voor wat demping, aan de versterkers.


Hieronder is te zien wat een Open Baffle is. Het kussen ontbreekt natuurlijk nog op de foto.


Ik heb eerder al diverse OTL-versterkers op deze site getoond. Die werken zonder tegenkoppeling (op wat lokale tegenkoppeling na, door het weglaten van de ontkoppelingscondensatoren in de kathodeleidingen van de diverse buizen).

Ik blijf het lastig vinden om een duidelijke voorkeur voor wel/niet 'overall' (van uitgang naar een eerder punt in de versterker) tegenkoppeling vast te stellen. De versterkers met tegenkoppelling zijn cijfermatig veel beter. Maar ik hoor dat gemeten cijfermatige verschil eigenlijk maar nauwelijks. Dat kan natuurlijk aan mijn gehoor liggen. Want hoe kan ik eigenlijk weten of mijn gehoor voor dit soort fijnigheden wel voldoende scherp is? Bij de normale gehoortesten scoor ik nog goed voor mijn leeftijd. Maar hoe zou ik kunnen weten of er bij zo'n gehoortest ook mijn vermogen om dit soort verschillen te horen wordt getest?

Met overall tegenkoppeling klinkt vooral het laag wat strakker. Maar zonder klinkt het allemaal net wat 'ruimer' en 'transparanter'. De instrumenten en stemmen lijken wat beter hun eigen plekje in het geluidbeeld te hebben. Ik ervaar wat meer 'stereo'. Vooral bij opnames met veel galm/reverb valt me dat duidelijk op.

Ik neig dus zelf toch net wat meer naar het geluid van versterkers zonder 'overall' tegenkoppeling.

Maar het is natuurlijk onbegonnen werk om dit soort voorkeuren met woorden, of hoe dan ook, te beschrijven. Uiteindelijk gaat het om wat een ieder zelf het best vindt klinken.

En ik ben eigenlijk wel gelukkig met het minieme verschil. Daardoor ontbreekt immers de reden om af te zien van het bouwen van een complete 'ondersoort' van versterkers!

vrijdag 23 januari 2015

Luidsprekersysteem met Philips AD1055-W8 en Philips 9710M-01


Omdat ik naast OTL-versterkers voor 800 Ohm luidsprekers natuurlijk ook 'gewone' buizenversterkers in elkaar zet, heb ik een modulair luidsprekersysteem gemaakt met de Philips AD1055-W8 voor het laag en de Philips 9710M-01 voor de 'rest'.

De AD1055-W8 zit een gesloten kast. Voor de 9710M-01 heb ik gekozen voor een zogenaamde Open Baffle. Die is zo ontworpen dat pas ruim onder de 400 Hz akoestische kortsluiting begint te ontstaan. Enige demping bereik ik door een kussen rond de achterkant van de 9710M-01 aan te brengen.

De voor dit systeem gemaakte passieve crossover heeft 400 Hz als wisselfrequentie. Het beschikt over een regelbaar hoog omdat de 9710M-01 wat gevoeliger is dan de AD1055-W8. Daarmee kan ik het evenwicht tussen de twee dus inregelen.

De plaatjes:


































zondag 18 januari 2015

Buizen testen

Voor mij een prima manier om te ontspannen.

De vraag wat ik met al die geteste buizen ga doen (de teller is de 1250 inmiddels gepasseerd, en ik heb ook nog zo'n 840 nieuwe buizen, waarvan verreweg de meeste NOS) negeer ik.

Gewoon blijven testen omdat het kan en omdat het leuk is.

Ik beschouw ze maar als weesjes. Iemand moet zich toch om ze bekommeren?





















































vrijdag 16 januari 2015

Bijzondere single-ended uitgangstransformatoren in Philips bandrecorders

Sommige Philips bandrecorders uit de buizentijd bevatten bijzondere uitgangstransformatoren.

Zo beschikt de uitgangstransformator in de Philips EL3516 over een extra wikkeling aan de secundaire zijde die bestemd is voor cathode-feedback. En die in de Philips EL3541 beschikt over een separate wikkeling voor voeding van het schermrooster, hetgeen ultra-lineaire schakeling van de eindpentode mogelijk maakt, ook als die een veel lager voltage dan de anode nodig heeft.

In beide typen bandrecorders zitten ECL82's dus het maximale uitgangsvermogen is bescheiden (ca. 3 Watt). Maar met gevoelige luidsprekers is dat voor een niet te grote ruimte voldoende.

Met de uitgangstransformatoren uit de EL3541 (ik beschik nu over 3 stuks) heb ik nog niets gebouwd. Maar met die uit de EL3516 wel.

De versterker klinkt verrassend goed. Als luidsprekers gebruik ik de Philips AD3800M in TQWT luidsprekerkasten.

Het schema:
































En dat ziet er zo uit:


























Natuurlijk is het niet mijn bedoeling om het slopen van nog werkende c.q. nog te herstellen bandrecorders te promoten. Mijn transformatoren kwamen uit bandrecorders die vooral mechanisch gezien redelijkerwijs niet meer te repareren waren.

zondag 4 januari 2015

Rotterdams Radio Museum

Een museum om zeker eens te bezoeken.

De twee delen van het museum zijn gevestigd op de Ceintuurbaan 104 en 111 te Rotterdam en zijn geopend van donderdag t/m zondag van 13:00 tot 16:00 uur. Toegang en parkeren zijn gratis. En ook prima per openbaar vervoer bereikbaar (vlak bij NS Station Rotterdam Noord).

Voor meer informatie: www.rotterdamsradiomuseum.nl












donderdag 1 januari 2015

Buis in plaats van silicium

Al weer een tijdje geleden kwam ik op de site met de "Lampizator" terecht.

Het idee in het kort: Vervang hetgeen dat in de CD-speler na de DAC komt door 2 x een buis in srpp schakeling.

Een bypass dus. Dat leek me wel wat.

Dus eerst maar eens een CD-speler opengemaakt. Daar was zat ruimte voor een kleine voedingstransformator en de beide buizen. Vervolgens een hoop geploeter om het schema vanaf de DAC opgetekend te krijgen.

Uiteindelijk 'passed' nu dit:





















.... dat 'by':


























En dat ziet er zo uit:


























Omdat de metalen behuizing van CD-spelers niet rechtstreeks aan aarde ligt, zijn de buizen op een apart stukje metaal gemonteerd dat wel rechtstreeks aan aarde ligt. Net als de normale line-uitgang, ligt ook de in- en uitgang van de srpp-trap rechtstreeks aan 'DAC ground' en aarde.

Hou er rekening mee dat de aldus aangepaste CD-speler wat meer uitgangsspanning afgeeft dan de line-uitgang deed.

Het schema van de srpp-trap werkt voor CD-spelers met een "Voltage-Out DAC". Het is niet geschikt voor CD-spelers met "Current-Out DAC".


TQWT met Philips AD3800AM

Met een TQWT luidsprekerkast is veel uit de AD3800AM te halen. De combinatie lijkt wel voor de muziek van Dave Brubeck te zijn gemaakt.

Het gaat om de rechter (de grijze links heeft de zelfde kastmaten maar is gemaakt voor de kleinere AD3700AM):


De bouwgegevens:

Hout: MDF 18 mm

Buitenmaten in mm:

- breedte  260
- hoogte   936
- diepte    296

Afmetingen hout in mm:

- zijkanten           936    x 296
- achterkanten     936    x 220
- voorkanten       886    x 220
- binnen groot     727,5 x 220
- onderkanten     278    x 220
- bovenkanten     260    x 220
- binnen klein         28   x 220

Plaatje van tijdens het bouwen:



Echt een aanrader en makkelijk te maken, zeker als het hout voor je op maat wordt gezaagd.

Het gat voor de luidspreker is een kwestie van iets te klein uitzagen en dan met een vijl op maat krijgen. Vervolgens flink met de houtlijm in de weer. Met een vlakke ondergrond blijft het, na aandrukken en met de zijplaat + wat extra gewicht er tijdens het drogen tijdelijk bovenop, allemaal zonder problemen recht staan. 

De 'kier' linksonder, waar het schuine deel begint, heb ik gedicht met satestokjes en flink wat ladingen houtlijm. Het schuin lopende deel moet aan de bovenkant precies midden tussen de voor- en achterkant uitkomen.
Dan nog een laag dempend materiaal aan de binnenkanten plakken, luidsprekers en aansluitingen er in, de zijkanten vastlijmen en klaar.


OTL Amp met E130L aangepast

De EF86's in triode-mode gaven te weinig versterking dus heb ik ze vervangen door ECC83's, parallel geschakeld.

Het aangepaste schema:







De PY81 zorgt voor een vertraagd (circa 50 seconden) opkomen van de voedingsspanning voor de ECC83's. Zonder deze maatregel zouden de ECC83's bij inschakelen zo'n 530 Volt te verwerken krijgen.

Nog wat plaatjes:

 




Het is wel een beetje zonde om de E130L's zo te gebruiken. Ik heb al eens de EL360 in hun plaats geprobeerd. Daartoe waren de weerstanden van 56 Ohm in het schema vervangen door weerstanden van 130 Ohm. De stroom door de buizen werd 121 mA (Vk = 15,8 V). De voedingsspanning steeg daardoor tot 310 Volt.

De EL360 (Pa + Pg2 max = 18 W) kan echter beduidend minder verstouwen dan de E130L (Pa + Pg2 max = 27,5 W). Ik overweeg daarom om de E130L's te vervangen door paartjes PL36's. Geeft wat gesleutel maar eerdere OTL versterkers met PL36's klonken erg goed.

Met de E130L's wil ik dan een bassversterker maken (4 x E130L in push-pull AB geven 120 Watt).